In 2014 werd de NEN-EN250-norm voor ademautomaten vernieuwd. Analyse van duikongevallen en voortschrijdend inzicht, toonden aan dat de oude norm (zeker op grotere dieptes en bij lage temperaturen) het veilig delen van lucht met je buddy niet onder alle omstandigheden kon garanderen. En dat is wel wat voor jou én je buddy wilt!

Voor 2014 hadden de testprocedures voornamelijk betrekking op een juiste werking van de aparte onderdelen. Eigenlijk is dat onzin, omdat die onderdelen in de praktijk nooit los van elkaar werken, maar altijd in samenhang met elkaar. De nieuwe NEN-EN250:2014-norm gaat dan ook niet uitsluitend over ademautomaten, maar over een compleet ‘onderwatersysteem’ dat ten minste moet bestaan uit een fles met fleskraan, een automaat, een manometer, een mondstuk en een draagsysteem. Dat geheel moet voldoen aan de standaard.

De nieuwe norm zegt dat geen enkele octopus configuratie, die is geproduceerd onder de oude EN250:2014 norm (en eerder), geschikt is voor duiken dieper dan 30 meter en/of in water kouder dan 10 graden, als er meer dan één duiker uit die configuratie ademt.

Bij duiken in water NIET kouder als 10°C en NIET dieper dan 30 meter wordt een ademautomaatset die aan de nieuwe norm voldoet als veilig beschouwt. Of jouw set aan de nieuwe norm voldoet kan je zien aan de CE markering  EN250A > X0 in de eerste trap. De toegevoegde A staat hierbij voor Alternative Air Supply en (meestal) in combinatie met de door de fabrikant aangegeven waarde (8°C of 10°C).

Bij duiken in water kouder dan 10°C en/of dieper dan 30 meter is alleen een volledig gescheiden systeem veilig toe te passen als luchtvoorziening voor jou en je buddy. 

Risico Inventarisatie

Op basis van deze inzichten en publicaties hebben we onderstaande Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE) gemaakt. Duiken van 30 meter en meer zijn in Nederlands binnenwater slechts zelden van toepassing. Maar tijdens duikvakanties en NoordZee zijn duiken naar grotere dieptes niet uitzonderlijk. Wat betreft de watertemperatuur kunnen we kort zijn. In periode van december tot en met april zijn gemiddelde watertemperaturen lager dan 10°C in de Nederlandse wateren zeer gebruikelijk.

Leden die uitsluitend duiken in water warmer dan 100C en tot maximaal 30 meter

Veel van onze leden duiken al vele jaren (in het zomerseizoen) met configuraties die niet voldoet aan de nieuwe NEN 250:2014 norm. We adviseren hen om te checken of hun uitrusting aan de nieuwe norm te voldoet en indien dit niet het geval is op redelijke termijn hun set aan te passen. We kunnen deze leden echter niet dwingen om nieuwe investeringen te doen. Wel adviseren wij dat zij tijdens verenigingsduiken de duikleider en buddy’s tijdig op de hoogte stellen dat hun ademautomaatset niet voldoet aan de nieuwe norm. Dit stelt de duikleider en buddy in de gelegenheid een veilige afweging te maken.

Leden die duiken in water kouder dan 100C en/of dieper dan 30 meter

Dit is op een groot aantal van van onze leden van toepassing. We adviseren deze duikers om op zo kort mogelijke termijn hun set NEN EN 250:2014 compliant te maken. Bij verenigingsduiken onder deze condities, zullen deelnemer die niet aan de nieuwe norm voldoen geweerd worden.

Instructeurs

Omdat onze instructeur de verantwoording dragen voor de aan hun toegewezen buddy’s en met grote regelmaat duiken in water kouder als 10°C en/of dieper dan 30 meter en dienen zij bij minimaal gebruik te maken van een NEN250A compliant set en bij voorkeur een volledig gescheiden automaten set. Eén en ander afhankelijk van de condities waarin gedoken wordt.

Te ondernemen acties:

Naar aanleiding van de NEN EN 250:2014 norm en deze Risico Inventarisatie en Evaluatie hebben we onderstaande beslissingen genomen:

  • Het bestuur informeert instructeurs en leden over de EN250A-norm, zodat zij deze informatie kunnen meewegen bij het gebruik van onze leenuitrusting en het (t.z.t.) aanschaffen van een nieuwe automatensets;
  • Het bestuur draagt zorg dat onze leenuitrustingen voor het nieuwe seizoen 2019/2020 voldoen aan de EN250A norm.
  • Het bestuur maakt een inventarisatie van de door onze instructeurs en begeleiders gebruikte automatensets en spant zich in om collectief de sets of NEN250A compliant te maken of (en bij voorkeur) volledig gescheiden automaten set te realiseren.